Historie

Het Hilboesen-orgel (1900) van de St.-Bonifaciuskerk te Alphen aan den Rijn anno 2022.

In 1900 bouwde Johannes Hilboesen, meesterknecht van orgelbouwer Ypma te Alkmaar, het hoofdorgel van de Sint-Bonifaciuskerk te Alphen aan den Rijn. Hilboesen bouwde dit orgel in romantische traditie. Van Hilboesen zijn slechts weinig instrumenten bekend. Het Alphense Hilboesen-orgel is het qua dispositieomvang het grootste nog bestaande Hilboesen-orgel. Verder bevindt er nog een kleiner Hilboesen-orgel in de Johannus de Doperkerk te Grootebroek, in vrijwel originele staat. Daarnaast zijn er nog enkele kleinere instrumenten bekend, maar deze staan ver af van hun oorspronkelijke bouw.

Bekend is dat Nederlandse orgelbouwers eind 19e en begin 20ste eeuw – te noemen Adema en Maarschalkerweerd – sterk geïnspireerd werden door Franse orgelbouwers zoals Aristide Cavaillé-Coll en Duitse orgelbouwers als Sauer, Walcker en Steinmeyer. De dispositie en klankleur van het Hilboesen-orgel in de Sint-Bonifaciuskerk verraden een sterke invloed van deze buitenlandse orgelbouwers op Hilboesen:

  • de dispositie is opgebouwd uit een groot aantal grondstemmen – één 16-voets- en vier 8-voets registers op het Hoofdwerk, en vier 8-voets registers op het Positief;
  • de Fluit Harmoniek 8′ en Fluit Traver 4′ zijn overblazend;
  • het tweede klavier, het Positief, is zwelbaar ofwel expressief;
  • het Positief beschikt over drie karakteristieke strijkers: de Gamba 8’, Vox Celeste 8’ en Dolcissimo 8′;
  • het Positief beschikt over een 8-voets tongwerk: de Clarinet 8’.

De dispositie was als volgt in 1900:

Hoofdwerk   Positief (in zwelkast)   Pedaal  
Bourdon 16′ Fluit Gedekt 8′ Subbas 16
Prestant 8′ Gamba 8′ Open Bas 8′
Holpijp 8′ Vox Celeste 8′ Violoncel 8′
Salicionaal 8′ Dolcissimo 8′ Bazuin 16′
Fluit Harmoniek 8′ Salicionaal 4′
Octaaf 4′ Fluit Traver 4′
Fluit Gedekt 4′ Piccolo 2′
Octaaf 2′ Clarinet 8′
Mixtuur 2-4 st.
Trompet 8′

Een ansichtkaart van het interieur van de St.-Bonifaciuskerk tussen 1900 en 1940. Duidelijk is te zien dat het orgel op de huidige koorzolder staat.

1940 – ingrijpende wijzigingen
In de eerste decenia na de bouw raakte het orgel in slechte staat met vele lekken in windladen en kanalen. Volgens adviseur dhr. Huigens deugde het systeem niet waarnaar het orgel gebouwd was. Men paste een onvoldoende bekend systeem toe dat, naar later bleek, slecht tegen verwarming kon. Het gevolg was loslatende lijm, scheuren, barsten en naadvorming. Ook achte hij het zo goed als zeker dat het gebruikte hout niet voldoende gedroogd was.

In 1940 werd door de firma B. Pels & Zn. een nieuw sleepladenorgel met elektropneumatische tractuur geplaatst achter het oude front, met gebruikmaking van bestaande windvoorziening en pijpwerk. Het orgel is tevens in zijn geheel naar achteren – in de toren – geplaatst, de schepbalgen zijn verwijderd, twee regulateurs zijn toegevoegd en is de pedaalomvang is uitgebreid van C-d1 tot C-f1. Daarnaast zijn de volgende dispositiewijzigingen doorgevoerd:

  • HW – Fluit Harmonique 8′, + Dolce 8′ (Dolcissimo van Positief);
  • POS – Dolcissimo 8′, + Fluit 8′ (Fluit Harmonique 8′ van HW), Salicionaal 4′ -> 7 tonen opgeschoven tot Nasard 2 2/3;
  • PED Violoncel 8′ -> Prestant 4; Bazuin 16′ vervangen.

De in 1940 door de firma B. Pels & Zn. geplaatste speeltafel is tot op heden in gebruik.

1940 tot 1974 – verschillende aanpassingen
Deze periode kenmerkt zich door de opkomst van de neobarokstroming in Nederland. Orgels gebouwd in de romantische traditie werden steeds minder gewaardeerd en gerespecteerd; meer en meer werd de voorkeur gegeven aan een helder klankbeeld. Muziek uit de romantiek – bijvoorbeeld van Franz Liszt, César Franck, Charles-Marie Widor en Louis Vierne – raakte uit de gratie, ten faveure van muziek uit de barok. Een andere ontwikkeling was liturgisch van aard. Ten gevolge van het Tweede Vaticaans Consilie van 1962 tot 1965 werd naast het Latijn de volkstaal toegestaan. Liederen mochten in de volkstaal  gezongen worden. In deze periode zijn er vervolgens een aantal dispositiewijzigingen doorgevoerd:

  • HW Fluit Gedekt 4′ -> Quint 2 2/3;
  • Pos Vox Celeste 8′ -> verzaagd tot Prestant 4′ (vanaf c), Fluit Traver 4′ verzaagd tot Fluit 4’.

1974 – aanpassingen door Jac. van der Linden & Co
In 1974 werden wederom een aantal aanpassingen gedaan. Jac. van der Linden & Co heeft de windladen gerestaureerd en de slepen vervangen door verende exemplaren in plexiglas. Voorts zijn de volgende dispositiewijzigingen doorgevoerd:

  • HW – Dolce 8′, + Sesqualter 1-2 st., Trompet 8′ vervangen;
  • Pos – Clarinet 8′, + Dulciaan 8′.

1984 – eerste aanzet tot restauratie naar de oorspronkelijke staat
Begin jaren ’80 van de vorige eeuw groeide de waardering weer voor orgels uit de romantische periode. De Firma Pels & Van Leeuwen in 1984 heeft een aantal grote balgen en registerbalgjes opnieuw beleert, het sleepaandruksysteem van de discantladen verbeterd, toetspistons onder de laden afgeregeld en de pneumatische bediening van de crescendokast gereviseerd. Tevens is een eerste aanzet gemaakt om de dispositie terug te brengen naar de oorspronkelijke toestand van 1900:

  • HW Quint 2 2/3 -> Fluit 4′;
  • POS Gamba 8′ is zwevend gestemd.

1984 – heden
In 2011 vond een herinrichting van de St.-Bonifaciuskerk plaats. Hierbij werd de verwarmingsinstallatie op de koorzolder vóór het orgel geplaatst. In 2015 werd een tweede speeltafel beneden bij het altaar geplaatst om het contact tussen organist en het koor te verbeteren. Tevens was de gedachte dat vanaf deze nieuwe speeltafel een nieuw aan te schaffen koororgel bespeeld kan worden. Dit koororgel is echter nooit gerealiseerd.

De in 2015 geplaatste tweede speeltafel nabij het altaar.

Tekst en fotografie: Alexander Schippers.